Aikido



Kan
Perception - Kan

Nederlandse Aikikai
O-Sensei

Stages
Aikido Info
Organisaties - Dojo's

Wat is Aikido?

Technieken - Graden
Movie
Links

Wanneer je via email
op de hoogte gehouden
wilt worden vul dan
hieronder je email-
adres in:



Dojo's in
Nederland

Dojo's
Practice in Holland



Aikido film
Movie
Filmpjes met
aikidoka's




Aikido Journal
Aikido Journal
Interviews met bekende
Aikido leraren
kun je vinden bij
Aikido Journal..




Diversen Martial
Diversen martial
Aikido links



Muziek

Voor wat achtergrond
muziek kun je dit
muziekje afspelen
of dit muziekje
Download
Real Audio player


Home

Aikikai Aikido Nederland
Welkom op de website van Aikikai Aikido Nederland

De grootvader van aikido

Stanley A. Pranin, Daito-ryu Aikijujutsu. Conversations with Daito-ryu Masters (Aiki News: Tokyo 1996). ISBN 4-900586-18-8. 218 blz., US$25,95.

In de Aiki-Info van februari 1996 besprak ik de bundel Aikido Masters, een verzameling interviews met vooroorlogse leerlingen van Morihei Ueshiba gehouden en bewerkt door de Amerikaan Stanley Pranin. In zijn blad Aiki News heeft Pranin de afgelopen twintig jaar ook interviews gepubliceerd met meesters uit verschillende scholen van de Daito Ryu. Deze scholen kunnen beschouwd worden als de zusters en nichten van het Aikido. Allemaal hebben ze één ding gemeen, dat ze terug te voeren zijn op dezelfde man: Sokaku Takeda (1859-1943), ‘the last of the old-time warriors’.

Een aantal maanden geleden heeft Pranin zijn interviews met Daito Ryu-meesters gebundeld in het boek Daito-ryu Aikijujutsu. Aan het woord komen de zoon en opvolger van Sokaku Takeda, Tokimune (gestorven in 1993); Tokimune’s opvolger Katsuyuki Kondo; Sokaku’s leerlingen Yukiyoshi Sagawa, Takuma Hisa en Keisuke Sato; en de vrouw en een aantal leerlingen van Kodo Horikawa, een andere inmiddels gestorven student van Sokaku Takeda. De bundel opent met een artikel over het leven van Sokaku van de hand van Pranin. De bronnen hiervoor zijn hoofdzakelijk de herinneringen van Tokimune en de registers waarin elke leerling van Sokaku (30.000!) zijn naam moest schrijven. Samengevoegd met de herinneringen van Sokaku’s leerlingen ontstaat hieruit een fascinerend beeld van de meester.

Sokaku Takeda was een van de meesters van het oude Japanse bujutsu die de weg hebben geopend voor zijn grotere verspreiding, en uiteindelijk popularisering. Ten tijde van Sokaku’s geboorte, in 1859 in de huidige Fukushima-prefectuur, was hier nog geen sprake van. Sokaku kwam uit een oude samoeraifamilie van de Aizu-clan. Zijn vader, Sokichi, was een soemoworstelaar van 120 kilogram en een zwaard- en stokvechter. Hij onderwees zijn zoon in soemo, in het gebruik van zwaard en speer, en in een mysterieuze vechtkunst die sinds de Japanse middeleeuwen zou zijn overgeleverd binnen de Takeda-familie: Daito Ryu, genoemd naar het huis waar een van de Takeda-voorouders leefde (‘ryu’ betekent ‘school’).

Helaas weten we niet hoe de Daito-technieken die beoefend werden binnen de Aizu-clan eruitzagen. Dit soort vechtkunsten waren zorgvuldig bewaarde geheimen van de verschillende scholen en clans. Documenten van de Daito Ryu spreken over een verzameling geheime technieken die ‘oshikiuchi’ worden genoemd, en die de essentie van de stijl zouden bevatten. Wat ‘oshikiuchi’ echter precies betekent is onduidelijk. Volgens één theorie zou het ‘binnen (uchi) de drempel (shikii) - (‘o’ is een term die eerbaarheid en status aan-duidt, zoals in ‘O Sensei’)’ betekenen, dat wil zeggen technieken betreffen die binnenshuis, als de samoerai hun zwaarden hadden afgelegd, van praktische waarde waren. Een voorbeeld hiervan is suwariwaza shomen uchi ikkyo, als ‘ippondori’ ook de eerste basis-techniek van een aantal Daito Ryu-scholen. Oorspronkelijk zou dit een aanval, uit seiza-positie, met een kort zwaard zijn, waarop de verdediger ingaat en de aanval neutraliseert - en in de oorspronke-lijke vorm (‘kodachi toriosae no waza’) het korte zwaard afneemt en het hoofd van de aanvaller ermee afsnijdt. Een ander voorbeeld is een techniek voor het brengen van een klein dienblad naar een edelman, en iets gooien of pakken met één hand door het lichaam te draaien, zonder iets te morsen van wat er op het dienblad ligt -uiteraard alles in shiko.

Vanaf zijn kinderjaren interesseerde Sokaku zich uitsluitend voor de vechtkunst. Hij was ook een branieschopper die voortdurend moeilijkheden veroorzaakte. Vader Sokichi verwijderde hem van zijn eigen tempelschool, waarop Sokaku zwoer dat hij nooit zou leren schrijven, maar anderen voor hem zou laten schrijven. Een eed die hij gestand bleef, en inderdaad zou hij later rechters en politie-functionarissen voor hem laten schrijven - een ongehoord verschijnsel in de statusbewuste Japanse maatschappij. Hoewel het beeld bestaat van Japanners als een soort sociale robots, die niets buiten de bescherming en de regels van hun omgeving kunnen, blijkt uit de levens van de grote vechtkunstenaars uit het verleden (zoals Miyamoto Musashi, Itto Ittosai, Tesshu, Ueshiba en ook Sokaku Takeda) dat zij juist hyperindividualisten waren die zich weinig aantrokken van sociale druk. Van Takeda krijgen wij een beeld van een volkomen onafhankelijkheid en koppigheid, vermengd met hardheid en een schijnbare ongevoeligheid voor andere individuen, inclusief vrouw en kinderen. Het beeld van een archetypische Japanse krijger. Zijn hardheid zal hij ook wel nodig gehad hebben om de lange jaren van ‘musha shugyo’, het rondreizen om zich te harden en te bekwamen in de krijgskunst, te overleven.

Vanaf zijn 13e was Takeda op pad. Zijn reizen voerden hem eerst naar Tokio, waar hij onderricht werd in de Jikishinkage stijl van de zwaardvechtkunst, later verder naar het zuiden en zelfs naar Okinawa, waar hij het karate bestudeerde, uiteindelijk weer naar het noorden tot op het eiland Hokkaido, waar Ueshiba, Sagawa en Horikawa zijn leerlingen werden. Rondom Takeda ontstonden tal van verhalen en legendes, waarin hij als een ‘lone wolf’ afrekent met bandieten en andere vijanden. Eén zo’n verhaal, dat rechtstreeks uit het Wilde Westen afkomstig lijkt, wil ik de lezer niet onthouden (het is overigens niet uit Pranins bundel afkomstig, maar uit ‘Het Fantoom - supertechniek van Daito Ryu’ van de Daito Ryu-meester Seigo Okamoto).

In 1904 vraagt de politie van Hokkaido, dat dan net gekoloniseerd wordt en geplaagd wordt door yakuza (mafia) en desperado’s, Takeda te helpen de orde te handhaven. Tien dagen na zijn aankomst wordt hij, na terugkeer van een heet bad, ongewapend op straat aangevallen door vijf of zes yakuza met messen. Voor de meester uiteraard geen probleem: met zijn natte handdoek slaat hij zijn aanvallers met gebroken armen en ribben op de vlucht. Een groot aantal bandieten verzamelt zich nu met zwaarden, speren en geweren, om af te rekenen met de meester. Deze laat vanuit zijn herberg weten dat hij een berg van doden zal oprichten als hij aangevallen wordt. De bewoners van het stadje verbergen zich in hun huizen met de luiken dicht, en wachten sidderend de uiteindelijke confrontatie af. Als het donker wordt sluipt Takeda echter de herberg uit en gaat naar het huis van de bandietenleider, vastbesloten om voor eens en voorgoed met hem af te rekenen. Eén van de drie lijfwachten van de bendeleider herkent de meester en blijkt een vroegere leerling van hem te zijn. Op zijn knieën vraagt hij om vergiffenis. Ook de bendeleider komt nu naar buiten en is zo overweldigd door de persoonlijkheid en reputaie van de meester, dat hij zich verontschuldigt en belooft dat zijn bende zich voortaan goed zal gedragen.

Stephen Snelders


| Home | Stages | Aiki Info | Forum | Organisaties | Alle dojo's |

All information distributed by aikikai.nl ©
Webmaster: Niek Remkes
Sponser REM Automatisering
Deze website is ontwikkeld met WebGUI