Aikido



Kan
Perception - Kan

Nederlandse Aikikai
O-Sensei

Stages
Aikido Info
Organisaties - Dojo's

Wat is Aikido?

Technieken - Graden
Movie
Links

Wanneer je via email
op de hoogte gehouden
wilt worden vul dan
hieronder je email-
adres in:



Dojo's in
Nederland

Dojo's
Practice in Holland



Aikido film
Movie
Filmpjes met
aikidoka's




Aikido Journal
Aikido Journal
Interviews met bekende
Aikido leraren
kun je vinden bij
Aikido Journal..




Diversen Martial
Diversen martial
Aikido links



Muziek

Voor wat achtergrond
muziek kun je dit
muziekje afspelen
of dit muziekje
Download
Real Audio player


Home

Aikikai Aikido Nederland
Welkom op de website van Aikikai Aikido Nederland

Shigenobu Okumura Sensei
Interview deel 1

Hier volgt een interview van Larry E. Bieri met Shigenobu Okumura Sensei, een van de oudste nog levende instructeurs van de Aikikai. Okumura Sensei werd in 1922 geboren in Hokkaido, in het noorden van Japan. Tegen 1940 begon hij zijn training in aikido in het door de Japanners bezette Mantsjoerije, onder Kenji Tomiki. Na de oorlog bracht hij enige tijd door in een Russisch krijgsgevangenenkamp. Na zijn vrijlating werd hij belastingaccountant en begin jaren vijftig instructeur van de Aikikai Honbu Dojo. Okumura Sensei heeft de rang van achtste dan. Het interview verscheen eerder in het Amerikaanse tijdschrift Aikido Today Magazine, nr. 41. Wij publiceren in dit en het volgende nummer een vertaling van gedeelten ervan.

Vraag: Sensei, kunt u iets over uw achter-grond vertellen?

O.S.: Aangezien ik ben geboren in 1922, vond het grootste deel van mijn opvoeding en scholing plaats gedurende de oorlog (deze oorlog begon in 1932 toen Japan Mantsoerije binnenviel). Ik begon mijn budotraining met kendo toen ik in de vierde klas zat en ik begon met judo toen ik in de eerste klas zat van de middel-bare school. In die tijd waren beide trainingen voor alle studenten ver-plicht. In 1940 begon ik met aikido, nadat ik was toegelaten tot de universiteit van Mantsoerije. Ik had geluk, want in die tijd reisde Mohirei Ueshiba Osensei regelmatig vanuit Tokio naar Mantsoerije en gaf hij daar les aan de universiteit. Aikido profiteerde in die periode van de steun van het nationale beleid van Mantsoerije. Wanneer Osensei niet in Mantsoerije was, gaf Tomiki Sensei les in zijn plaats. Maar ieder jaar in oktober kwam Osensei naar Mantsoerije. Ook onderbrak ik iedere keer dat ik terug ging naar mijn geboorteplaats op Hokkaido mijn reis voor een training in Tokio op mijn weg terug naar Mantsoerije. Toen de oorlog in 1943 echt ernstig werd, werden wij studenten allen gerecru-teerd voor militaire dienst. Ik was betrokken in de gevechten tegen de Sovjet Unie. In 1948, nadat ik 3 jaar krijgsgevangene was geweest, kon ik vanuit Siberië terugkeren naar Japan. Ik bleef ongeveer 4 maanden in Hokkaido en keerde in december 1948 terug naar Tokio. Daar bleek het gebied rond de Honbu Dojo volkomen afgebrand te zijn. De oude dojo stond te midden van het puin geheel op zichzelf. Dat de Honbu Dojo bewaard is gebleven was geheel te danken aan de inspanning van de huidige Doshu Kisshomaru Ueshiba Sensei. Hij was het die rond rende om alle brandbommen die van tijd tot tijd neervielen in de dojo te blussen en die telkens de brandhaar-den doofde op het terrein van de dojo. De mensen die in de omgeving woonden waren door de branden dakloos geworden en zij verbleven in de dojo omdat er geen andere plek voor hen was om naar toe te gaan. Zo vond ik de dojo veranderd in een schuiloord. Langzamerhand, een of twee tegelijkertijd, vonden de vluch-telingen andere plaatsen om naar toe te gaan en ontstond er voldoende ruimte voor een aantal van ons om te trainen. Ik beantwoordde een advertentie voor een test als ambte-naar en toen ik die haalde werd ik werknemer bij de Nationale Belastingdienst. Vanwege mijn werk kon ik alleen in de ochtend en in de avond trainen. Kisshomaru Ueshiba Sensei had in Iwama gewoond maar hij verhuisde terug naar Tokio in 1948 of 1949. In die tijd waren de omstan-digheden grotendeels zoals die tij-dens de oorlog waren. Voedsel was schaars en mensen probeerden zo min mogelijk te bewegen omdat ze zo weinig energie hadden. Het duurde tot in 1953 voordat de training in de dojo zijn kracht herwon. Dankzij het verdrag van San Franscisco dat formeel de tweede oorlog beëin-digde, verbeterde de situatie in Japan wat betreft voedsel. Het verdrag stond Japan toe een vrij en onafhan-kelijk land te zijn en wij waren weer in staat om de martiale kunsten op te pakken. Geleidelijk ontstonden er aikidoclubs in verschillende univer-siteiten. Op diegenen van ons die op school hadden getraind, zoals ikzelf in Mantsoerije, werd een beroep gedaan om te helpen met het les-geven in de clubs van de universi-teiten. Tevens leidde ik de ochtendlessen in de Honbu Dojo omdat ik altijd vroeg opsta (Kisshomaru Ueshiba Sensei leidde de avondlessen.) Snel daarna begon aikido over de hele wereld bekend te worden. André Nocquet kwam naar Japan om aikido te trainen en bleef twee jaar als uchideshi. Deels vanwege de toegenomen publiciteit verschenen steeds meer buitenlan-ders in de dojo. De internationale groei van aikido begon in Frankrijk en verspreidde zich over de rest van Europa. En naarmate de populariteit van aikido in het buitenland toenam begonnen Japanners de kunst opnieuw te waarderen en raakten zij meer geďnteresseerd - wat wij het ‘omgekeerde import’-fenomeen noemen. In het naoorlogse Japan waren veel dingen moeilijk te krijgen, inclusief textiel. Vanwege dit gebrek trainden wij zonder hakama. Wij probeerden hakama’s te maken van verduisteringsgordijnen. Maar omdat de gordijnen jaren in de zon hadden gehangen viel de stof bij de knieën uit elkaar zodra we suwariwaza gingen doen. We waren voortdurend bezig deze hakama’s op te lappen. Onder deze omstandigheden kwam iemand met het voorstel: “Waarom zeggen we niet gewoon dat het geen probleem is om te trainen zonder hakama totdat je shodan bent?” Dit idee werd naar voren geschoven als een tijdelijke gedragsregel om uitgaven te beperken. Het idee om dit voorstel te accepteren had niets te maken met de hakama als symbool voor dan-graduering.

Vraag: Hoe stond Osensei tegenover de verspreiding van aikido? Was hij verrast om de omvang van de interesse in zijn kunst te zien?

O.S.: Zelfs toen hij zijn kunst aan het ontwikkelen was, bad Osensei dat aikido zich over de wereld zou verspreiden. Hij was van mening dat eerdere martiale kunsten, waarin elke slag bedoeld was om de dood te veroorzaken, niet goed waren voor de wereld. Hij vond dat ‘shimbu busatu’ was wat de wereld nodig had een aikido van ‘goddelijke technieken en niet doden’. Osensei meende dat aikido een kracht zou moeten zijn voor vrede en dat is waarom hij het maakte zoals het nu is. Voor zijn kunst koos hij alleen die technieken uit die aange-wend kunnen worden om geweld te controleren - technieken die in zelf-verdediging gebruikt kunnen worden om te voorkomen dat we gewond raken en die tezelfdertijd voorkomen dat we anderen letsel toebrengen. Enkele Daito Ryu-technieken zijn dodelijk en Osensei heeft deze technieken opzettelijk weggelaten uit zijn kunst. Het moderne aikido bevat alleen tech-nieken waarbij de tegen-stander niet gedood wordt.

Vraag: Denkt u dat Osensei ver-wachtte dat aikido zich in de loop der tijd zou ontwikkelen ?

O.S.: Osensei transformeerde de martiale kunsten van het domein van ‘ichi geki hissatu’ (een slag, zekere dood) naar het domein van ‘shinbu fussatu’ (goddelijke technieken zonder doden). Hierdoor creëerde hij een vredelievende martiale kunst voor een nieuwe tijd. Hij zag in dat als de mens zijn moorddadige gedrag zou voortzetten, wij niet veel langer zouden blijven voortbestaan. Hij was van mening dat wij het idee dat doden een oplossing is achter ons zouden moeten laten. Omdat hij onder ogen zag dat geweld zou blijven bestaan, ontwikkelde hij zijn nieuwe martiale kunst met de nadruk op het controleren van geweld zon-der te doden. Politiemensen moeten bijvoorbeeld criminelen aanhouden maar het is hen daarbij gewoonlijk niet toegestaan bij deze handeling te doden. Aan de andere kant, als poli-tiemensen worden vermoord of ernstig worden verwond dan kunnen zij hun werk niet voortzetten. Voor het verbeteren van de samenleving is het noodzakelijk om geweld te kunnen controleren zonder verwond te raken en zonder anderen letsel toe te brengen. Op technisch niveau rest ons dan slechts een keus: de persoon met zijn gezicht naar beneden te klemmen (vast te houden) of, in geval de persoon zich krachtig verzet, hem op de grond te werpen en met zijn gezicht naar beneden te klemmen. Dat is wat de basis van onze aikido-techniek inhoudt - klemmen, of wer-pen en klemmen. Alle dodelijke technieken zijn uit aikido geëlimineerd ten gunste van technieken die de filosofie achter de kunst ondersteunen. De filosofie die is gebaseerd op de erkenning dat in de tweede helft van de twintigste eeuw, met de komst van de nucleaire wapens en andere vormen van destructieve krachten, de menselijke soort niet voort kan gaan op zijn oude weg. Als wij voortgaan op de wijze van het verleden, dan kan op zekere dag de gehele mensheid plotseling zijn vernietigd. Wij zijn bij een punt uitgekomen dat wij moeten zeggen: “stop!”. Ik denk dat wij een nieuwe, heilige taak hebben. Vrede is het gevolg van evenwicht. Als een electrode een erg hoog voltage heeft en een andere heeft een veel lager voltage, dan zal er tussen hen een vonk overspringen. Als je daarentegen twee tegengestelde electroden hebt en je verlaagt de spanning van elk op een evenwichtige manier, dan kun je een ontploffing voorkomen. Dat is wat we vandaag de dag zien tussen de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet Unie, aangezien beide zijden hun hoeveel-heid wapens terugdringen tezamen met de hoeveelheid spanning. Elke partij is geďnteresseerd in wapenver-mindering mits de andere partij evenveel vermindert. Voorheen was het andersom: beide zijden vermeerderden steeds meer en meer. Uiteindelijk werd het zo uitputtend dat iedereen zijn handen omhoog stak en zei: “er moet een betere manier zijn”. De Japanners hebben een unieke positie. Aangezien wij de-genen zijn die ooit zijn blootgesteld aan een nucleaire aanval brengt dat ons in een sterke positie om te eisen dat de nucleaire wapenwedloop stop wordt gezet. Voor de Amerikanen is het iets moeilijker om dat te eisen. Op een bepaalde manier hebben de Japanners een bijzonder recht om deze eis te stellen krachtens het feit dat honderden of duizenden mensen zijn omgekomen in nucleaire aanvallen.

Vraag: Enkele buitenlanders kwamen na de oorlog naar Japan en bestu-deerden zeer nauwgezet aikido, in sommige gevallen bleven zij vele jaren in Japan alleen om de kunst te bestuderen. Denkt u dat de Honbu Dojo klaar was voor deze instroom van buitenlanders?

O.S.: Het is niet helemaal juist om te zeggen dat de niet-Japanse interesse in aikido begon na de oorlog. Een aantal niet-Japanners hadden aikido voor de oorlog bestudeerd - meestal mensen van de Aslanden, sommige Duitsers en veel Italianen. Veel mensen uit fascistische landen trainden in Osensei’s Kobukan dojo. Op mijn universiteit waren er Duitsers, Chinezen, Mongolen en een aantal Wit-Russische ballingen. Sommige van deze mensen bestu-deerden aardig wat aikido. Destijds hadden we niet veel geld en de Honbu Dojo was niet erg mooi. Het was slechts een oud, traditioneel houten gebouw. Maar aikido werd na de oorlog meer bekend. Veel beroemde mensen kwamen om te kijken, maar we hadden niet veel ruimte om hen onder te brengen. Het grootste probleem waren natuurlijk de toiletten (gelach). Wij hadden alleen Japanse toiletten waar je op moet hurken, wat een groot pro-bleem zou hebben gegeven als bijvoorbeeld de koningin van Engeland op bezoek zou zijn gekomen. Het was erg genant. (In de Yoshinkan dojo van Gozo Shioda Sensei was het heel anders, die was goed gefinancierd. Zij hadden goede toiletten in de Yoshinkan en veel buitenlanders bezochten de dojo daar.) Uiteindelijk verhuisden wij naar een beter gebouw. De huidige aikido Honbu Dojo, een betonnen en met staal versterkte structuur, kostte 50.000.000 yen om te bouwen.1 Wij allen doneerden voor deze dojo. Twee maal achtereen toen ik een bonus kreeg, ging dat rechtstreeks naar het bouwfonds van de nieuwe Honbu Dojo. Ik heb 100.000 yen ingebracht, wat toendertijd heel veel leek.2 Als 500 mensen evenveel hadden gedoneerd dan zouden wij het gebouw volledig hebben kunnen betalen. Maar we kwamen ongeveer 10.000.000 yen tekort. De minister van buitenlandse zaken, Sonoda, vroeg aan vrienden van de Nationale Vereniging van Wielrenners om het resterende bedrag van 10.000.000 te schenken en dat deden zij! Wij hadden 400 mensen die ieder 100.000 doneerden en de Nationale Vereniging van Wielrenners doneerde de rest. Dit is hoe wij het drie verdiepingen hoge betonnen gebouw van de Honbu Dojo bouwden. Op de bovenste verdieping is een uitbreiding gebouwd, een vierde verdieping waar wij de Aikido School hebben en een kamer om de keiko gi (trainingspakken) op te hangen. Deze werd iets later gebouwd met een aparte schenking van de Vereniging voor Speedboot-racers. We hadden geluk met de steun van deze verenigingen omdat de schenkingen die wij zelf konden doen niet voldoende waren om het gebouw te betalen. Toen het gebouw klaar was hadden wij zulke mooie toiletten dat wij het niet erg hadden gevonden als een koningin op bezoek was gekomen! Aangezien veel bui-tenlanders aikido hadden bestudeerd voor de oorlog, waren wij niet geheel onvoorbereid op de toename van het aantal buitenlanders die naar Japan kwamen om te trainen. In feite was de toename iets waar wij op hoop-ten.

Vraag: Trainden er ook vrouwen?

O.S.: In die tijd waren vrouwen die aikido trainden nogal zeldzaam. Takako Kunigoshi, een kunststuden-te die de tekeningen maakte voor het boek Budo Renshu3 trainde regel-matig voor en na de oorlog. En een paar vrouwelijke leraressen in Japans dansen kwamen, hoewel ze niet regelmatig trainden.

Vraag: U heeft wat door de Verenigde Staten gereisd en heeft enige Amerikaans aikidoka’s ont-moet. In welke richting denkt u, vanuit uw ervaring, dat het Ameri-kaanse aikido zich ontwikkelt?

O.S.: Mijn ervaring is erg beperkt, maar het lijkt mij dat veel Amerikanen ‘aikido plus’ doen. Om een voorbeeld te geven, sommigen doen aikido plus Zen. Ik denk eigenlijk niet dat in de Verenigde Staten veel dojo’s ‘zuiver aikido’ doen. Aikido heeft niets met Zen van doen, maar sommige dojo’s zijn ingericht in een Zen-boeddhistisch motief met een erg boeddhistische atmosfeer. Ik heb bijvoorbeeld Californische dojo’s gezien, waar mensen op een houten bel slaan zoals ze in Zendojo’s doen. Osensei haatte Zen. Als hij ontdekte dat een student Zen deed, dan werd hij erg boos op die persoon. Het concept Mu of leegheid in Zen is de antithese van Osensei’s idee van Yu. Osensei beoefende volheid, niet leegheid! Mu heeft een negatieve (bij)betekenis; yu heeft een positieve betekenis.

Vraag: Wat vindt u van het Shingon Boeddhisme?

O.S.: Shingon is vermengd met veel Shintoďstische elementen en er is een grotere verwantschap met aikido. Shingon is als Shinto in die zin dat het een yu-vorm van Boeddhisme is en niet een mu-vorm; het heeft een volle, niet een lege kijk op het universum. Jammer genoeg associëren veel mensen alle aspecten van de Japanse cultuur meteen met Zen: theeceremonie, bloemschikken en andere culturele bezigheden. Zodra je Japanse cultuur zegt, komt Zen in de hoofden van deze mensen op. Natuurlijk heeft Zen vele aspecten van het Japanse leven beinvloed - maar theeceremonie, bloemschik-ken, zelfs de klassieke martiale kunsten zijn oorspronkelijk niet met Zen gerelateerd. Als Osensei zou hebben gehoord dat mensen verwijzen naar aikido als “bewegen-de Zen” (zoals mensen dat gewoon-lijk doen in Europa), dan zou hij be-hoorlijk ontsteld zijn geweest. Hij was van mening dat Zen de antithese was van zijn yu-georiënteerde filoso-fie, die zich richt op schepping - het steeds meer en meer voortbrengen. Hij geloofde dat iedere dag vers, nieuw en rijper dan de vorige zou moeten zijn. Hij schonk altijd leven aan nieuwe dingen. Als hij dus mensen zou hebben horen zeggen dat aikido “bewegende Zen” is, dan zou hij hen aangesproken hebben, benadrukkend dat aikido geen ontkenning is, maar een bevestiging - in yu is natuurlijk wel mu (gelach). Het begrip ‘musubi’, dat belangrijk is in aikido, is het tegenovergestelde van leegheid. ‘Musu’ betekent leven geven aan en ‘hi’ is de vuurgeest van leven. Dus musubi (musu-hi) houdt het idee in van de heilige geest die voortdurend nieuw leven geeft. In Shinto is het begrip musubi erg, erg belangrijk. Osensei sprak vaak over ‘take musu aiki’ - aiki dat martiale waarde of martiaal vuur genereert, of ‘bu-genererende’ aiki. Dit zijn begrippen die niet verklaard kunnen worden met Zen-terminologie. Voor Osensei was aikido dus geen vorm van Zen. Natuurlijk is Zen niet het enige dat wordt gecombineerd met zuiver aikido. In Amerika wordt aikido gecombineerd met andere aspecten van de Japanse cultuur die een persoonlijke interesse van de mensen in een bepaalde dojo verte-genwoordigen. In enkele dojo’s bijvoorbeeld slaan mensen op een bronzen bel aan het begin van de training. Het gong-achtige geluid maakt iedereen in de dojo kalm en op z’n gemak. En sommige mensen branden wierook om hun dojo’s een ‘Aziatische’ sfeer te geven. Als zulke dingen de mensen in de dojo of de dojo-cho4 interesseren, heb ik daar niets op tegen. Ik ben niet in de positie om te zeggen “zet al die andere dingen opzij en houdt je aan het zuivere aikido”. De verschillende dojohouders hebben hun eigen spirituele en religieuze opvattingen en het is niet aan mij om hen daarop aan te vallen. Maar vanuit Japans standpunt is de gong een vreemd instrument. Wij zouden liever de grote trommel van een Shintodrum horen dan het geluid van een gong, dat wordt geassocieerd met Boed-dhistische tempels en begrafenissen.

Vertaling Pauline Suyl

1. Tegen de huidige valutakoersen ongeveer 800.000 gulden, voor de jaren vijftig een kolossaal bedrag.
2. Nu ongeveer 1600 gulden.
3. Het eerste handboek over de technieken van Ueshiba Osensei, uit 1933. 4. De dojo-leraar.


| Home | Stages | Aiki Info | Forum | Organisaties | Alle dojo's |

All information distributed by aikikai.nl ©
Webmaster: Niek Remkes
Sponser REM Automatisering
Deze website is ontwikkeld met WebGUI