Mythische krijgers van de twintigste eeuw

In onze jeugd hebben we verhalen te horen gekregen over de mythische krijgers uit het verleden, die tegen enorme tegenstanders of grote overmacht de zege behaalden: David die Goliath versloeg, Siegfried die de draak overwon, de Graalridders die rondzwervend hun martiale triomfen behaalden. Maar dergelijke mythen en legenden lijken iets uit een ver verleden waarin zwaarden en magie de wereld nog konden beheersen: niet iets van de twintigste eeuw. Niettemin beoefenen aikidoka’s een vechtkunst die gesticht is door mannen waarover soortgelijke haast mythische verhalen de ronde doen. Ik heb het dan uiteraard over Sokaku Takeda en Morihei Ueshiba, de grootvader en vader van het aikido. In de vorige Aiki-Info gaf ik zo’n legendarisch verhaal over Takeda, maar er zijn er veel meer. Ook van Ueshiba zijn tal van verhalen bekend waarin hij moeiteloos met een grote overmacht afrekent. Een voorbeeld hiervan is een demonstratie die hij in de jaren twintig aan de militaire Toyoma-academie gaf. Hier werden de officieren van het keizerlijke leger opgeleid. De demonstratie was georganiseerd door generaal Miura, zelf een oud-student van Takeda en een held van de Russisch-Japanse oorlog van 1905, waarin hij in een gevecht vijftig Russische soldaten met zijn zwaard zou hebben neergemaaid, hoewel een bajonet zijn borst had doorboord. Geen zacht ei dus, deze Miura, en de cadetten van het keizerlijke leger waren uiteraard ook niet de meest vredelievende types. Miura had besloten dat hij die Ueshiba wel eens uit zou testen. Op het moment dat de demonstratie afgelopen was vertelde Miura dat de soldaten nu een vol vertoon van Ueshiba’s kracht wilden zien. Na eerst met z’n achten tevergeefs geprobeerd te hebben Ueshiba’s uitgestrekte arm te buigen, omringden ze hem gewapend met houten bajonetten. ‘Val allemaal tegelijk aan!’, schreeuwde Ueshiba hen toe, en smeet ze vervolgens alle kanten op. (Zie John Stevens’ Ueshiba-biografie, Abundant Peace, Shambhala 1987, p.37-38)
Hoe indrukwekkend dit soort verhalen (indien waar) ook mogen zijn, ze zijn voor ons twintigste eeuwse westerlingen alleszins geloofwaardig. Mits men z’n martiale kwaliteiten tot de grootste hoogten ontwikkelt, en mits die van de tegenstanders minder groot zijn, dan is er geen reden om aan te nemen dat een eenling niet kan triomferen over een grote overmacht: temeer omdat zijn coördinatie altijd superieur zal zijn aan die van de tegenstanders, omdat die nu eenmaal met meerdere mensen zijn. Zo kunnen we in principe ook geloven in de overwinning van Musashi op de overmacht van zwaardvechters van de Yoshioka-school, of wat dat betreft dat Cyrano de Bergerac met zijn rapier echt honderd vijanden in één gevecht zou hebben bedwongen. In de verhalen rondom Takeda en Ueshiba speelt echter nog een ander element mee, dat ons opeens in een veel minder logische wereld verplaatst: een wereld die meer doet denken aan het rijk van koning Arthur dan aan onze eigen technologische eeuw. Dit element is de rol van het bovennatuurlijke. Wat te denken van het verhaal dat Ueshiba zich liet omringen door een aantal legerofficieren met getrokken pistolen, en hen vertelde op zijn hart te schieten? Op het moment dat ze de trekkers overhaalden, zou Ueshiba een geweldige schreeuw (ki-ai) hebben gegeven, waardoor ze allemaal plat op hun rug vielen. (Stevens p.35) Tijdens zijn avonturen in Mongolië in 1924, waarin hij als lijfwacht van zijn goeroe Onisaburo Deguchi optrad (die daar met steun van Japanse imperialisten een nieuw hemels rijk op aarde wilde vestigen) zou hij kogels hebben ontweken doordat hij hun route vooraf zag gaan door lichtstralen. (p.32) Aan de wieg van aikido staat Ueshiba’s opvatting dat budo liefde is (bu wa ai nari) en ook dit is verbonden met een bovennatuurlijke ervaring. In 1925 daagde een marine-officier Ueshiba uit tot een kendomatch. Ueshiba stemde toe maar bleef zelf ongewapend. Telkens als de officier naar hem sloeg of stak, zag hij een lichtstraal voor diens ogen, die de richting van de aanviel verried, en ontweek hij de aanval zonder moeite. Na de match kreeg hij een mystieke ervaring van eenheid met de kosmos: lichtstralen vielen op hem uit de hemel, een gouden mist omhulde hem, en hij voelde zich een wezen van goud: ‘Ik ben het universum!’. (p.32-33)

Nu had Ueshiba een leven waarin de mystiek en de contacten met wezens uit andere sferen voorop stonden. Takeda had dat helemaal niet. Maar toch zijn er in de verhalen rondom hem wel degelijk bovennatuurlijke elementen te bespeuren. Om te beginnen is er zijn waarnemingsvermogen, dat hem in staat lijkt te stellen de gedachten van andere mensen te lezen. Maar ook wordt er verhaald van zijn ‘kabenuke’-techniek: zijn vermogen om door een muur heen te verdwijnen. Zijn zoon Tokimune maakt het een keer mee als hij met zijn vader op bezoek is bij de zwaardleraar Sasaburo Takano. Het ene moment praten ze en eten zoetigheid. Het volgende moment kijken Tokimune en Takano op en Sokaku is verdwenen! Ook in de kamer ernaast is hij niet. Als Tokimune en Takano naar buiten gaan zien ze tot hun verbazing Sokaku daar in de tuin staan. (Stanley Pranin, Daito Ryu Aikijujutsu, Aiki News 1996, p. 64-65).
Wat moeten we geloven van dit soort verhalen? Kan een martiale meester door zijn intensieve training contact leggen met een bovennatuurlijke wereld van krachten die hem terzijde staan? Krachten, waarover een ‘normaal’ mens niet beschikt? Of is het allemaal bedrog en humbug, bedoeld als zoete koekjes voor de massa?
Wat er van de verhalen rondom Takeda en Ueshiba ook waar moge zijn, wat ze konden was dankzij bovenmenselijke trainingsinspanningen: iets waar slechts weinigen van ons de tijd en de gedrevenheid voor bezitten. Het is leuk om af en toe te denken, dat niet alle magie uit de wereld is weggerationaliseerd
Stephen Snelders