 |
Haiku
Haiku is een kunstvorm waar veel over te vertellen valt. Maar vooral probeer ik in dit stuk een parallel te trekken tussen mentaliteit van een Haiku dichter en krijgskunst beoefenaar. Na dit verhaal zullen een aantal mensen misschien met andere ogen kijken naar de uitspraken van “O-Sensei” of naar de manier waarop men in Japan met Budo omging. Ik zeg bewust omging, omdat ook in Japan de huidige generatie met onbegrip tegenover de Japanse historie en religie aankijkt. |
Japanse haiku dichtkunst verschilt fundamenteel van de westerse dichtkunst , hoewel er de laatste jaren wel dichters zijn die geďnspireerd werden door deze “meesterlijk eenvoudige momentopnamen”. Ja, want zo zou je Haiku eigenlijk het beste kunnen omschrijven . Een bliksemschicht die een indruk achterliet verwoord in alleen de meest in het oogspringende details. Haiku wordt ook wel eens gekenmerkt als “schertsdicht”, omdat het heel direct en kritisch en banaal kan zijn. De interesse in Haiku heeft hier in het westen zijn hoogte punt gekend in de zestiger jaren, echter de laatste 2 jaar is er weer een opleving zichtbaar. Opnieuw groeiende interesse in de oosterse gedachtewereld heeft hier ook zijn bijdrage aangeleverd natuurlijk. Haiku is namelijk volledig verweven met de Japanse gedachtewereld. Een kijkje achter de schermen van wat haiku nu is geeft misschien ook onder de ons Aikido beoefenaars een ander beeld over “HET PAD,De WEG of DE ESSENTIE”.
Karakteristiek voor haiku zijn vorm en onderwerp; essentieel is verder de mentaliteit van de dichter , dit wordt later duidelijk.
De vorm van het Haiku vers is strak en zeer beknopt. Het bestaat in basis altijd uit 17 lettergrepen die verdeeld zijn in drie groepen van vijf-zeven-vijf elk. Het gedicht kan in principe in een ademtocht gelezen worden. Dit ritme van vijf-zeven-vijf vervangt maat en rijm. De woorden die gekozen worden zijn zo eenvoudig mogelijk en de versjes beschrijven zo min mogelijk. Het is de openruimte die hier zoals in vele andere Japanse kunstuitingen zoals gewassen inkt schilderingen (Zen schilderingen) , Ikebana en zelfs de Cha-no-yu (theeceremonie),het verhaal verteld.
De enkele woorden met hun beeldende kracht, de leegte eromheen, en hun associaties kunnen de lezer die zich hiervoor openstelt onmiddellijk laten voelen wat de dichter ervoer, zonder dat hier een beredenering of omschrijving aan te pas hoeft te komen.
|
“wat stukjes papier
nadat zij was weggegaan; eenzame dingen” |
“Gras van de zomer
van dappere krijgsmansdromen bleef dit slechts over” |
|
“Op de tempel klok
is een vlinder gevlogen en in slaap gevallen” |
“mijn huis verbrandde
maar de bloesems in mijn tuin bloeiden, en vielen” |
 |
De leegte in de Haiku is zo belangrijk dat van de weinige woorden die er gebruikt worden nog het merendeel gebruikt wordt om iets aan te duiden dat er niet is . |
Evenals ZEN is Haiku geneigd tot allerlei grappen , onverhoedse wendingen en doorbreken van logica , en net zo nadrukkelijk is het betrokken tot het hier en nu. Om zich het moment van waarneming voor te stellen speelt kennis van het jaargetijde een rol , hier komt een ander kenmerk van Haiku om de hoek namelijk het seizoenswoord. Sappig groen gras vind je in een ander jaargetijde dan hoge trillende riet pluimen en gebogen herfsthalmen. In iedere Haiku vind men wel een verwijzing naar het seizoen. Vaak zal vergankelijkheid naast onveranderlijkheid(het is er altijd of het komt steeds weer terug) geplaatst worden. In de Haiku vind men de al sinds de oorsprong van Japan zichtbare band met de natuur terug.
|
“Hij raakt haar aan
met de lijn van zijn hengel,
de zomermaan zelf” |
“Witte pioenroos!
Een avond, toen de maan scheen,
vielen haar bladeren” |
|
“Die arme katten
Vanaf het begin af jammeren ze
Over hun liefde” |
“Zonder penselen
schilderen bewogen wilgen de lentewinden” |
Het is een bekende stelling dat de oosterse mentaliteit door een “westerling” niet begrepen kan worden, omdat deze uitgaat van een heel ander geestelijk erfgoed en dus een geheel ander referentie kader. Maar elk erfgoed verandert per generatie en mensen in het westen staan zo open voor de oosterse inzichten, dat deze stelling bijna niet meer opgaat.
Een van de namen van Japan is “WA” , een woord dat eigenlijk harmonie betekend. Het verlangen naar harmonie, naar evenwichtige verhoudingen is een sterke karaktertrek van de Japanse beschaving. Zo wordt er ook geen afstand gevoeld tussen kunst en het gewone leven, of tussen kunst en religie, zelfs nauwelijks tussen geest en materie. Sommige japanners hebben zelfs de neiging een kunstwerk te maken van hun eigen leven, van de tuin, zijn omgangsvormen , zijn huis en alles wat daarin is. De Japanse kunsten tonen hier vele voorbeelden van in de geschiedenis.
Naast de drang tot verfijning is het Japanse leven doordrongen van de liefde voor de natuur. Intens ervaart men de wisseling van de seizoenen die ook weer in allerlei kunst uitingen naar voren komen. Bijvoorbeeld bij de Cha-no-yu met daar bij behorende Chabana, dit is een vorm van ikebana (bloemschikken toegespitst op de thee ceremonie). Grote volksfeesten gaan gepaard met wisseling der seizoenen, bijvoorbeeld het massaal uitrekken om te genieten van de kersenbloesem of juist de herfst kleuren. Ook tempels spelen een grote rol in kunst beleving en zijn vaak gesitueerd in grote prachtig aangelegde tuinen waarin de natuur heel tastbaar gemaakt wordt. Monniken krijgen jaren lange opleidingen in het maken van bloemstukken in de altaar vazen (Rikka schikkingen). Met muziek dans en sport evenementen worden veel tempelfeesten gevierd , waarvoor vele tienduizenden mensen bijeenkomen. Tijdens deze gelegenheden worden ook vaak oude kunstschatten getoond die van oudsher altijd aan tempels in bewaring werden gegeven, hoewel deze van oorsprong niet eens een religieuze betekenis hadden.
Men meende en meent dat de aanschouwing van deze kunst voorwerpen de geest verrijkt en op een hoger bewustzijns niveau brengt.
Voor kunst en godsdienst beide, is immers volmaakte innerlijke rust nodig, die slechts bereikt kan worden door een bewust, systematisch en standvastig streven. Priesters en monniken waren en zijn dan ook veelal creatief kunstenaar op meer dan een gebied zoals kalligrafie, schilderkunst, bloemschikken of thee ceremonie en natuurlijk in deze context niet te vergeten haiku dichten.

De harmonische levensopvatting heeft zijn oorsprong in de oorspronkelijke Japanse Shinto religie (Shinto= de weg van de goden, ook de uitdrukking KAMI-NO-MICHI wordt in dit verband gebruikt). Shinto is een oergodsdienst die gericht is op het contact van de mens met het goddelijke. Ook de mens zelf is van aard goddelijk, en behoeft zich dus slechts bewust te worden van zijn eigen, ware natuur om volmaaktheid te bereiken (vergelijk de lezingen van O-Sensei). Het Japanse volk en het land stammen volgens de Shinto mythologie, direct af van de goden.(beschreven in de Kojiki , archief van zeer oude zaken ,en de Nihon shoki). Er is dus verwantschap aan de goden. Shinto is de goddelijke weg, die leidt tot bewustwording van de eigen volmaakte natuur. Het kent geen moraal, want de Weg der goden is immers aan iedereen bekend! Alleen oprechtheid is de goden lief. Er is geen afstand tussen goden en mensen enerzijds en natuur en dingen anderzijds, het kent geen ondragelijke haat of angst. De tempeldiensten zijn er opgericht dat mens zijn verwantschap met het goddelijke bewust wordt en blijft, en hem te bevrijden van onreinheid (Misogi), en zo vrede in zijn hart te bevestigen. Reiniging is essentieel, getuige de waterbekkens (temizuya of tsukubai) die bij de poorten van een heiligdom te vinden zijn. Men wast de handen en spoelt de mond alvorens men het heiligdom betreedt.
De godheid (KAMI) spreekt niet, ook de priesters doen dit niet. Deze zingen oeroude gebeden (vergelijk de Kotodama die beschreven zijn in boeken over O-Sensei).
Shinto is erg zakelijk en gericht op dit leven, het hier en nu , dat zo volmaakt mogelijk , met volle bewustheid geleefd moet worden, want elke dag is een groot geschenk. Wat na dit leven gebeurd is onbelangrijk, eigen persoonlijkheid en eigen voortbestaan zijn niet van belang. De ziel wordt goddelijk en blijft werken voor harmonie van familie, land en wereld. Door deze levens opvatting is ook de verdraagzaamheid erg groot en is het mogelijk om het boeddhisme naast Shinto te belijden, de Tao van Laotse aan te hangen en al deze leringen te combineren. Het taoďstische idee van spontaniteit en de liefde voor de natuur werd in Japan direct begrepen. Ook het boeddhistische “onthechten”, paste in deze wereld van het vinden van de eigen natuur. Dit boeddhisme kwam vanuit China via Korea naar Japan.(halverwege 6e eeuw).
Japanners zouden zich zelf niet zijn als er aan dit boeddhisme een eigen draai werd gegeven , hetgeen ontaarde in het ontstaan van vele honderden sektes. Vanuit China kwam ook rechtstreeks een boeddhistische stroming in de vorm van het “Cha’n boeddhisme”. De wijze van onthechten en het zich losmaken van de aardse begeerten om nog in het huidige leven (in tegen stelling tot de oorspronkelijke Boeddha leer) tot “inzicht” of “zelf verlossing”te komen vond als “Zenboeddhisme” een zeer vruchtbare bodem.
Zen wordt ook wel de leer van de plotseling verlichting (Satori) genoemd. Satori kan op elk moment midden in het gewone leven ervaren worden, door de mens die zich hiertoe heeft voorbereid. Ook hierin is het weer belangrijk te komen tot het vinden van de ware natuur, waar dus geen identiteit is. Deze weg is voor velen lang en zwaar omdat het heel moeilijk is je eigen identiteit/persoonlijkheid (Je “ZELF”) los te laten en daarmee alle verlangens en begeerten van het dagelijkse aardse leven. Satori wordt vaak omschreven als een onwerkelijke ervaring waarbij alles ineens op zijn plaats valt, en waarbij niets meer belangrijk is. Een constante innerlijke rust is het gevolg. Hiermee beland je niet in een romantisch uitje of zo. Zen is een keiharde leer, die van meester op leerling wordt overgedragen, verstandelijke redenering hoort hier niet bij, maar wel vooral eindeloze oefening. Deze eindeloze oefening (ongeacht in wat) krijgt op den duur een uitstraling van natuurlijkheid. Deze strenge bijna ascetische levenswijze is binnen de Bushido omarmt en daarmee een van de oudste toepassingen van de Zen leer in Japan. De hardheid van deze strijders komt erg onboeddhistisch over. Het boeddhisme staat namelijk boven alles medelijden met alle schepselen voor, wat voor de kunstenaar die de weg van ZEN volgden een belangrijk uitgangspunt vormde.
Vanuit de innerlijke rust ontstaat een lichtheid van expressie, en daarnaast een sterk gevoel voor relativering. Hier uit komt ook de bekende humor en paradox. Naast het intens oefenen staat het intens niets kunnen doen met een glimlach en onbekommerde zorgeloosheid. Ook Shinto kan vrolijk en zorgeloos zijn echter veel directer en eenvoudiger. Shinto staat heel dicht bij het leven en kan zeer banaal zijn.
Terugkomend op de Haiku. De lange oefening van de haikudichters, in mentaliteit en techniek onder constante begeleiding van een meester, bereidde de geest voor op Satori. Soms gelooft men in een vers een flits daarvan te ontdekken. Maar in Haiku is alles slechts een aanduiding.
Men wijst naar de maan , maar deze schijnt elders. Toch is Haiku vooral volks poëzie, en de meeste verzen die men vind zijn meestal niet anders dan een (v)luchtig beeld. Maar bij de beste Haiku’s verschijnt een glimlach vanwege de treffendheid in de bijzondere eenvoud van de woorden.
Meesterschap.
|
“hij wordt gebroken
en weer gebroken; toch blijft de maan in’t water” |
“Ik schepte de maan
in mijn schotel, en goot hem weg met het water” |
|
“Zij spraken geen woord
de gast noch de gastheer, noch de witte chrysant” |
“Volle najaarsmaan op mijn witte vloermat valt sparretakschaduw” |
 |
Evert-Jan Ilbrink.
Literatuur:
HAIKU
Japanse haiku van vijftiende eeuw tot heden :
Meulenhof editie 1977
J, van Tooren en inleiding prof.dr.F.Vos
Shinto
Librero 2002
C.Scott Littleton.
The Essence of Akido
Kodansha International 1993
John Stevens. |